Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X
« Terug naar zoekresultaten

Koers 2016

Koers 2016, het strategisch beleidsplan van Ons Middelbaar Onderwijs, stelt de docent centraal. Met als doel: goed onderwijs voor de leerling. Koers 2016 kwam tot stand door inbreng van leerlingen, ouders, leraren, schoolleiding, de raad van toezicht en andere belanghebbenden. In het voorjaar van 2010 werd Koers 2016 het startpunt van een hernieuwd beleid voor de scholen, het OMO bureau en de raad van bestuur. Koers 2016 is geconcretiseerd in een werkprogramma waarmee de verschillende betrokkenen concreet aan de slag kunnen. Dit werkprogramma wordt ieder kalenderjaar geactualiseerd.

In 2011 is de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs een samenwerking aangegaan met LOOK (voorheen Ruud de Moor Centrum). Deze samenwerking behelst een onderzoek naar de effecten van Koers 2016. Specifiek richt het onderzoek zich op een viertal elementen uit Koers 2016, te weten:

  • motivatie-aspecten van het docentschap in relatie tot het invoeren van beroepswaarden;
  • de benutting van de professionele ruimte door docenten;
  • de academisering van docenten;
  • de effectiviteit van professionele netwerken.

In het kader van dit onderzoek heeft LOOK in het najaar van 2011 een nulmeting uitgevoerd. In mei 2012 zijn de resultaten van deze nulmeting gedeeld. Omdat het een nulmeting betreft, kunnen er nog geen uitspraken worden gedaan over de effecten van onderdelen van het werkprogramma van Koers 2016. Wel bieden de uitkomsten een eerste situatieschets en zijn er een aantal opvallende resultaten. Eén van de uitkomsten is dat de OMO-docenten aangeven in ruime mate intrinsiek gemotiveerd te zijn voor hun beroep. Zij zijn bereid om te leren maar zijn in vergelijking met docenten in het land wel terughoudender om (bij) te leren en hebben meer het gevoel uitgeleerd te zijn. Ook laten de resultaten onder andere zien dat er een contrast is tussen enerzijds de opvatting die breed gedragen wordt dat ‘docenten mede verantwoordelijkheid dragen voor het functioneren van de school’ en dat respondenten het anderzijds minder eens zijn met opvattingen als ‘actief deelnemen aan beleid en besluitvorming binnen de school is onderdeel van docententaak’ en ‘naast lesgeven ook andere taken uitvoeren’. Verder zijn er relatief weinig docenten van plan om de komende jaren te starten met een opleiding.

Op basis van de nulmeting is in het najaar van 2012 een vervolgonderzoek gestart naar de academisering van docenten en de kennisnetwerken. Deze vervolgonderzoeken lopen door in 2013. Begin 2013 start een vervolgonderzoek naar de benutting van de professionele ruimte door docenten.

Het thema beroepswaarden is verder uitgewerkt in een kortlopend onderzoek. In 2012 verscheen het onderzoeksrapport “Persoonlijke Professionaliteit, overtuigingen, disposities en competenties van docenten in het voortgezet onderwijs”. Dit onderzoek heeft een gefundeerde bijdrage geleverd aan de wetenschappelijk onderbouwing van de visie op persoonlijke ontwikkeling als cruciaal onderdeel van de professionele ontwikkeling van de docent. Als vervolg hierop is gewerkt aan een gespreksleidraad waarmee functionele gesprekken op school gevoerd kunnen worden. Daarbij is een tweetal zaken gecombineerd:

1. De relatie tussen de beroepswaarden van OMO en het functioneren van medewerkers;
2. De relatie tussen schoolbeleid en het functioneren van medewerkers.

pagina opties

Mijn OMO verslag (0)